Wat zijn schildklierknobbels en hoe gevaarlijk zijn ze?
Een schildklierknobbel is een zwelling of ophoping van cellen in de schildklier, een vlindervormig orgaan aan de voorkant van je hals. Schildklierknobbels komen verrassend vaak voor: bij 50 tot 60 procent van de mensen boven de 60 jaar wordt er minstens één gevonden bij echografisch onderzoek. Een De exacte oorzaak is niet altijd bekend, maar verschillende factoren spelen een rol. Jodiumtekort verhoogt het risico op schildkliervergroting en knobbelvorming, hoewel dit in België zelden voorkomt door gejodeerd zout. Erfelijke aanleg speelt een belangrijke rol: als familieleden schildklierknobbels hebben, is je eigen risico hoger. Ook blootstelling aan straling, vooral in de kindertijd, verhoogt het risico. Vrouwen hebben drie tot vier keer vaker schildklierknobbels dan mannen, en het risico neemt toe met de leeftijd. De meeste schildklierknobbels geven geen klachten en worden toevallig ontdekt tijdens een echo van de hals om een andere reden. Toch zijn er signalen die je niet mag negeren: Bij een of meerdere van deze symptomen is het verstandig om je De endocrinoloog doorloopt een aantal stappen om te bepalen of een knobbel goedaardig of kwaadaardig is: Eerst wordt het bloed gecontroleerd op de schildklierhormonen TSH, T4 en T3. Als deze waarden normaal zijn, is de schildklier goed functionerend. Bij afwijkende waarden kan er sprake zijn van een overactieve of traag werkende schildklier. Ook antistoffen tegen schildklierweefsel worden gemeten om auto-immuunziekten uit te sluiten. Een echografie is de belangrijkste beeldvormingstechniek. De endocrinoloog of radioloog beoordeelt de grootte, vorm en structuur van de knobbel. Speciale kenmerken zoals microcalcificaties, onregelmatige randen of een lagere echogeniciteit kunnen wijzen op een hoger risico. Op basis van het echobeeld wordt een TIRADS-score toegekend die het risico op kwaadaardigheid inschat. Bij een verdachte knobbel (TIRADS 4 of 5) voert de endocrinoloog een punctie uit. Met een dunne naald worden cellen uit de knobbel opgezogen. Dit gebeurt onder echogeleide en is weinig pijnlijk. De cellen worden onder de microscoop onderzocht door een patholoog. In meer dan 70 procent van de gevallen is de uitslag goedaardig (Bethesda 2) en is geen verdere ingreep nodig. Bij een overactieve schildklier (lage TSH) kan een scintigrafie worden uitgevoerd. Hierbij wordt een kleine hoeveelheid radioactief jodium ingespoten om te zien of de knobbel hormonen produceert. Een “hete” knobbel die veel jodium opneemt is vrijwel altijd goedaardig. Een “koude” knobbel die weinig of geen jodium opneemt, heeft een klein risico op kwaadaardigheid. De behandeling hangt af van de aard en grootte van de knobbel. Goedaardige knobbels zonder klachten hebben geen behandeling nodig, alleen regelmatige controle via echografie. Bij klachten door een grote knobbel (slikklachten, benauwdheid) kan een operatie nodig zijn (hemithyreoïdectomie of totale thyreoïdectomie). Als de knobbel hormonen aanmaakt en een overactieve schildklier veroorzaakt, kunnen schildklierremmers of radioactief jodium worden overwogen. Bij kwaadaardige knobbels (schildklierkanker) is een operatie de standaardbehandeling, soms gevolgd door radioactief jodium. De prognose van schildklierkanker is over het algemeen zeer goed, met een overlevingskans van meer dan 95 procent. Voor de meeste mensen met goedaardige schildklierknobbels verandert er weinig in het dagelijks leven. Jaarlijkse echografieën zijn voldoende om de knobbels op te volgen. Bij een operatie of als de schildklier wordt verwijderd, is levenslang gebruik van Schildklierknobbels kunnen in grootte variëren, maar verdwijnen zelden volledig vanzelf. Kleine cysten (met vocht gevulde knobbels) kunnen wel kleiner worden of verdwijnen. Regelmatige controle door de endocrinoloog is belangrijk om veranderingen in de gaten te houden. Nee, de meeste schildklierknobbels geven helemaal geen klachten. Ze worden vaak toevallig ontdekt bij een echografie om een andere reden. Pas bij een grote knobbel (meer dan 2-3 centimeter) kunnen klachten ontstaan zoals een drukkend gevoel in de hals of slikproblemen. Bij goedaardige knobbels is één keer per jaar een echografie voldoende. Bij stabiele knobbels die niet veranderen, kan de controle na enkele jaren worden teruggebracht naar tweejaarlijks. Bij verdachte knobbels of na een punctie kan de endocrinoloog een frequentere controle aanbevelen. Minder dan 5 procent van de schildklierknobbels is kwaadaardig. De meeste schildklierkankers zijn goed behandelbaar en hebben een uitstekende prognose. De overlevingskans voor de meest voorkomende vorm (papillair schildkliercarcinoom) is na 10 jaar meer dan 95 procent. Medische disclaimer: Dit artikel is informatief bedoeld en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij knobbels of zwellingen in de hals steeds je huisarts of een erkend endocrinoloog. “`Hoe ontstaan schildklierknobbels?
Wanneer moet je schildklierknobbels laten onderzoeken?
Hoe onderzoekt een endocrinoloog schildklierknobbels?
1. Bloedonderzoek
2. Echografie van de schildklier
3. Fijne naald aspiratie (punctie)
4. Schildklierscintigrafie
Behandeling van schildklierknobbels
Leven met schildklierknobbels
Veelgestelde vragen over schildklierknobbels
Kan een schildklierknobbel vanzelf verdwijnen?
Veroorzaken schildklierknobbels altijd klachten?
Hoe vaak moet ik gecontroleerd worden?
Wat is het risico dat een schildklierknobbel kwaadaardig is?
