Wat is motorische ontwikkeling bij kinderen?
Motorische ontwikkeling verwijst naar het proces waarbij kinderen leren hun spieren te gebruiken en bewegingen te controleren. Dit omvat zowel de grove motoriek (grote bewegingen zoals kruipen, lopen en springen) als de fijne motoriek (kleine, precieze bewegingen zoals tekenen, knippen en schrijven). Een psychomotorische therapeut is de specialist die kinderen begeleidt wanneer de motorische ontwikkeling niet vanzelfsprekend verloopt of wanneer er een vermoeden is van een ontwikkelingsachterstand.
De motorische ontwikkeling verloopt bij de meeste kinderen volgens een herkenbaar patroon, al kan het tempo sterk verschillen van kind tot kind. Vanaf de geboorte ontwikkelen baby’s geleidelijk controle over hun lichaam: eerst het hoofdje optillen, dan rollen, zitten, kruipen, staan en uiteindelijk lopen. Bij peuters en kleuters verfijnt de motoriek zich verder: ze leren trappen lopen, op één been staan, tekenen en later fietsen. Rond de leeftijd van 6 à 7 jaar zijn de meeste basismotorische vaardigheden voldoende ontwikkeld om deel te nemen aan complexere activiteiten zoals teamsporten en schrijfvaardigheid.
Wanneer is er sprake van een motorische ontwikkelingsachterstand?
Een motorische ontwikkelingsachterstand wordt vastgesteld wanneer een kind belangrijke motorische mijlpalen niet haalt binnen de verwachte leeftijdsrange. Enkele signalen kunnen zijn: niet zelfstandig zitten tegen 9 maanden, niet lopen tegen 18 maanden, veelvuldig vallen na de leeftijd van 3 jaar, moeite met knippen of tekenen op 4-jarige leeftijd, of een zeer onleesbaar handschrift op 7-jarige leeftijd. Ook kinderen die extreem onhandig zijn, vaak struikelen, of duidelijk minder bewegen dan leeftijdsgenoten, kunnen baat hebben bij een evaluatie door een psychomotorische therapeut.
De oorzaken van een motorische ontwikkelingsachterstand zijn divers. Ze kunnen het gevolg zijn van een neurologische aandoening zoals cerebrale parese, een genetisch syndroom, een vroeggeboorte, of gewoon een wat tragere aanleg zonder duidelijke medische oorzaak. In sommige gevallen is er sprake van Developmental Coordination Disorder (DCD), ook wel dyspraxie genoemd, een stoornis in de coördinatie van bewegingen die niet te wijten is aan een andere medische aandoening. Een psychomotorisch therapeut kan door middel van gestandaardiseerde tests het ontwikkelingsniveau van het kind in kaart brengen.
Hoe werkt psychomotorische therapie?
Psychomotorische therapie (PMT) combineert beweging met psychologische begeleiding. De therapeut werkt met het kind aan motorische vaardigheden, maar besteedt ook aandacht aan de emotionele en sociale aspecten die met de motorische problemen gepaard gaan. Kinderen met motorische moeilijkheden ontwikkelen immers vaak een negatief zelfbeeld, faalangst of vermijden bewegingsactiviteiten, wat de ontwikkeling verder kan belemmeren.
Een typische therapiesessie bij een psychomotorische therapeut kan bestaan uit: balansoefeningen, klimmen en klauteren, werpen en vangen, fijnmotorische activiteiten zoals kralen rijgen of puzzelen, en spelletjes die de coördinatie en reactiesnelheid verbeteren. De therapeut past de oefeningen steeds aan het niveau van het kind aan, zodat het succeservaringen opdoet en gemotiveerd blijft.
Het belang van vroegtijdige interventie
Hoe vroeger motorische problemen worden herkend en behandeld, hoe beter de prognose. In de eerste levensjaren is de hersenplasticiteit het grootst, wat betekent dat de hersenen zich nog gemakkelijk kunnen aanpassen en nieuwe verbindingen kunnen maken. Vroegtijdige interventie kan voorkomen dat motorische problemen leiden tot secundaire problemen zoals leerstoornissen, sociale isolatie of emotionele problemen. Daarom is het belangrijk dat ouders, kinderverzorgsters en leerkrachten alert zijn op signalen van een vertraagde motorische ontwikkeling en tijdig een specialist raadplegen.
Samenwerking met andere zorgverleners
Een psychomotorische therapeut werkt vaak samen met andere zorgprofessionals zoals kinderartsen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten, logopedisten en orthopedagogen. Deze multidisciplinaire aanpak is bijzonder waardevol omdat motorische problemen zelden geïsoleerd voorkomen. Zo kan een kind met dyspraxie bijvoorbeeld ook taal- en leerproblemen hebben, terwijl een kind met een algemene ontwikkelingsachterstand baat heeft bij een gecoördineerde aanpak van meerdere therapeuten. De psychomotorische therapeut fungeert vaak als centraal aanspreekpunt en zorgt voor de afstemming tussen de verschillende behandelingen.
Disclaimer: Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatieve doeleinden en vervangt geen medisch advies. Bij vragen over de motorische ontwikkeling van je kind raadpleeg je best een huisarts, kinderarts of psychomotorisch therapeut.
