Antidepressiva zijn een van de hoekstenen van de behandeling van depressie. De twee meest voorgeschreven klassen zijn SSRI’s (selectieve serotonineheropnameremmers) en SNRI’s (serotonine-noradrenalineheropnameremmers). Hoewel beide medicijnen op elkaar lijken, zijn er belangrijke verschillen in werkingsmechanisme, effectiviteit en bijwerkingen. Een SSRI’s blokkeren de heropname van serotonine in de synaps (de ruimte tussen twee zenuwcellen). Hierdoor blijft er meer serotonine beschikbaar in de hersenen. Serotonine is een neurotransmitter die onder andere stemming, eetlust, slaap en emotioneel welzijn reguleert. Voorbeelden van SSRI’s zijn: SNRI’s blokkeren de heropname van twee neurotransmitters: serotonine én noradrenaline. Noradrenaline speelt een belangrijke rol bij energie, concentratie, motivatie en alertheid. Door beide systemen te beïnvloeden, kunnen SNRI’s een breder werkingsspectrum hebben. Voorbeelden van SNRI’s zijn: Uit grootschalige meta-analyses blijkt dat zowel SSRI’s als SNRI’s effectief zijn bij de behandeling van matige tot ernstige depressie. Enkel voor de meest ernstige depressies lijken SNRI’s mogelijk een klein voordeel te hebben. Voor de meeste patiënten is er geen significant verschil in effectiviteit tussen beide klassen. Wel zijn SNRI’s vaak effectiever bij depressie met bijkomende symptomen zoals: Zowel SSRI’s als SNRI’s kunnen ontwenningsverschijnselen geven bij het stoppen, vooral als de dosis te snel wordt afgebouwd. Bij SNRI’s (vooral venlafaxine) zijn deze vaak intenser vanwege de korte halfwaardetijd. Symptomen zijn duizeligheid, tintelingen (brain zaps), misselijkheid, hoofdpijn en prikkelbaarheid. Daarom is het afbouwen altijd onder begeleiding van een psychiater. Een psychiater kan voor een SNRI kiezen in volgende situaties: Niet per se. Ze hebben een ander werkingsspectrum. Voor sommige mensen werken SNRI’s beter, voor anderen SSRI’s. Het hangt af van de individuele hersenchemie en symptomen. Dit wordt meestal afgeraden vanwege het risico op serotoninesyndroom (een potentieel levensbedreigende toestand met koorts, spierstijfheid en verwardheid). Een zeldzame maar ernstige bijwerking door een teveel aan serotonine. Symptomen zijn agitatie, verwardheid, koorts, spiertrekkingen, zweten, hoge hartslag. Bij deze symptomen: onmiddellijk de psychiater contacteren. Medische disclaimer: Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden en vervangt geen medisch consult. Raadpleeg altijd een psychiater voor persoonlijk medisch advies over antidepressiva.Werkingsmechanisme: het verschil
SSRI’s
SNRI’s
Effectiviteit: wat zegt de wetenschap?
Bijwerkingen vergeleken
Bijwerkingen van SSRI’s
Bijwerkingen van SNRI’s
Ontwenningsverschijnselen (onthoudingssyndroom)
Wanneer kiest de psychiater voor een SNRI?
Praktische overwegingen
Veelgestelde vragen (FAQ)
Zijn SNRI’s sterker dan SSRI’s?
Kan ik SSRI en SNRI combineren?
Wat is het serotoninesyndroom?

SSRI versus SNRI bij depressie: verschil in werking en bijwerkingen
door